koor (6.6.6.6)
2026
Het koorwerk De opstijging gaat terug op een oud plan om ‘iets’ met het gedicht ‘De ballonvaarders’ van Lars Gustafsson (1936-2016) te doen. De poëzie van Gustafsson is een oude liefde; dertig jaar vóór De opstijging combineerde ik drie van zijn gedichten in en nergens Bach. Gustafssons gedichten zijn even onwoordkunstig als evocatief, met evenveel aandacht voor natuur als voor natuurkunde, objectief van toon, maar in essentie filosofisch en contemplatief.
Ik stelde mij de De opstijging voor als een compositie over ijle lucht, stilte, leegte, hoger en hoger, vervluchtiging en uiteindelijk Het Grote Verdwijnen. Ik knipte 'De ballonvaarders' in vijf delen op en wisselde deze af met fragmenten uit reisnotities van de laat-18e-eeuwse en 19e-eeuwse ballonvaarders Thomas Baldwin, John C. Doughty, Gaston Tissandier en Joseph Crocé-Spinelli. Het geheel omlijstte ik met een kort gedicht van Emily Dickinson en enkele regels van Guy De Maupassant.
Voor de getheatraliseerde eerste uitvoeringen van de compositie door Cappella Amsterdam in 2026 schreef ik samen met Margo Verhoeven verbindende teksten tussen de delen van de compositie met de functie van zowel explicatie als parallelle vertelling.
uitgave: stuur een mail naar elmerschoenberger@gmail.com
